Oefeningen

© André Snijers

Zijn de volgende uitspraken waar ( W ) of niet waar ( NW ) ?
Alle opstaande ribben van een piramide zijn even lang.

Een piramide heeft evenveel zijvlakken als ribben.

De opstaande zijvlakken van een piramide hebben dezelfde oppervlakte.

Het aantal hoekpunten van een piramide is gelijk aan het aantal hoekpunten van het grondvlak.

Een piramide met vijftien hoekpunten heeft vijftien ribben.

De hoogtelijn van een piramide is de rechte door de top en loodrecht op het vlak dat het grondvlak omvat.

De afmeting van een bol is de straal.

Het plat oppervlak dat een kegel begrensd, noemt men het grondvlak.

De afmetingen van een piramide zijn de afmetingen van het grondvlak en de hoogte.

Het gebogen oppervlak dat een kegel begrensd, noemt men de mantel.

De afmetingen van een kegel zijn de straal en de hoogte.